Direct naar de inhoud

Nederland bekleedt de komende jaren het voorzitterschap van twee belangrijke programmaraden van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Het gaat om de NLSA-directieleden Joost Carpay (ESA Science Programme Committee) en Jasper van Loon (ESA Programme Board Earth Observation). Beide raden zijn van groot belang voor de toekomstige koers van de Europese ruimtevaartorganisatie en voor de ruimtevaart in Nederland. 

NLSA-directielid Joost Carpay wordt voorzitter van de Science Programme Committee (SPC), de meest onafhankelijke raad binnen ESA en de enige die expliciet vermeld staat in de oprichtingsakte. De SPC komt drie keer per jaar bij elkaar om te beslissen over het Science-programma, waar alle lidstaten naar rato van hun bruto nationaal product verplicht aan bijdragen.  

ESA’s Science programma bracht tientallen baanbrekende missies voort, waaronder komeetjager Rosetta, het röntgenobservatorium XMM-Newton en de ruimtetelescoop GAIA, die nog altijd tot ontdekkingen leidt over ons sterrenstelsel, de Melkweg. Ook de Europese bijdragen aan beroemde ruimtetelescopen als Hubble en James Webb liepen via de SPC. 

‘Het is bijzonder eervol dat Nederland dit belangrijke voorzitterschap mag invullen’, aldus Carpay. ‘We leven in een tijd van geopolitieke onrust. Partners op wie we decennia lang konden bouwen, blijken grillig. Juist nu is eensgezindheid in Europa belangrijk.’

Vertrouwen en zichtbaarheid 
Als onafhankelijk voorzitter heeft Carpay de komende jaren in elk geval twee speerpunten.  ‘ESA lidstaten hebben allemaal hun individuele wensen, maar ook ieder hun sterktes in te brengen. Door die nog beter op elkaar af te stemmen kunnen we in Europa een leidende rol blijven spelen in het wetenschappelijk ruimteonderzoek’, aldus Carpay. “Een neutrale  voorzitter kan daar een verbindende rol spelen”. Ten tweede mag de zichtbaarheid van de SPC en het science-programma wat hem betreft verbeteren. Carpay: ‘Europa doet de meest waanzinnige dingen in de ruimte, van het bezoeken van een komeet of een ijsachtige maan, tot het in kaart brengen van een heelal vol zwarte gaten en kosmische explosies. Het blijft belangrijk dat we daar jong en oud in heel Europa mee blijven inspireren’. 

Maar er is nog een reden om de missies uit het science-programma beter onder de aandacht te brengen:  ‘In de SPC werken landen intensief, structureel en stabiel samen aan een ambitieus wetenschappelijk programma. Dat is van groot strategisch belang voor Europa. De wetenschappelijke vragen leiden tot extreem hoge eisen aan de technologie voor die ESA missies. Dit leidt tot innovatieve ruimtevaartechnologie, die ook heel goed bruikbaar voor toepassingen op aarde.’ 

Ook Nederland heeft veel baat bij ESA’s Science-programma, legt Carpay uit. Nederlandse wetenschappers gebruiken data van ESA-missies om astronomisch onderzoek te doen van wereldniveau. En Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ontwikkelen de komende jaren bijvoorbeeld hardware voor de NewAthena röntgentelescoop en de LISA missie die zwaartekrachtgolven gaat meten. 

‘Deelname aan het Science-programma helpt ook onze nationale ruimtevaartindustrie vooruit’, aldus Carpay. ‘Zo bouwde Nederland bijvoorbeeld de zonnepanelen voor ESA’s missie JUICE naar Jupiter. Dit leidde vervolgens tot een opdracht uit Amerika om ook de zonnepanelen te bouwen voor de Amerikaanse Jupitermissie Europa Clipper.’ 

Aardobservatieraad 
De tweede Nederlander die gekozen werd als voorzitter van een programmaraad is NLSA-directielid Jasper van Loon. Hij leidt de komende jaren de ESA Programme Board for Earth Observation (PB-EO), programmaraad voor aardobservatie. Deze raad beslist, gedelegeerd door de ESA Council, over nieuwe Earth Explorer en Scout missies van ESA en neemt belangrijke beslissingen over ESA’s bijdragen aan het Europese aardobservatieprogramma Copernicus. 

Naast deze programma’s, beslist de programmaraad ook over aardobservatie-initiatieven waar landen vrijwillig in kunnen investeren. Voor Nederland gaat het vooral om Incubed, dat Nederlandse bedrijven en instituten in staat stellen om innovatieve technologie te ontwikkelen voor de ruimtevaart en ruimtevaarttoepassingen op aarde. 

Van Loon is lid van de aardobservatieraad sinds 2017. Nu hij voorzitter wordt, wil hij niet alleen ‘op de winkel passen’. Hij ziet ruimte voor verbetering in de besluitvorming: ‘De laatste jaren zijn mooie projecten niet doorgegaan, omdat er geen unanimiteit van stemmen was. Ik wil kijken of we dit als raad anders kunnen aanpakken. Als een van de lidstaten twijfels heeft, kunnen we dan samen tot een compromis komen?’ 

Een goed voorbeeld is de grotendeels Nederlandse TANGO-missie voor antropogene broeikasgassen, die in 2028 gelanceerd wordt. Deze missie kwam er alleen door de grote vasthoudendheid van Nederland en een oproep aan de lidstaten om het algemeen belang van het onderzoek naar klimaatverandering voorop te stellen. 

Van Loon wacht nog een tweede uitdaging. ‘Zijn’ programmaraad voor aardobservatie krijgt te maken met een belangrijke nieuwe stakeholder: defensie. In het European Resilience from Space (ERS) initiatief worden aardobservatiecapaciteiten niet alleen vanuit het civiele veiligheidsperspectief, maar óók vanuit dat van defensie benaderd. ‘Dit onderwerp roept al jaren discussies op en dat zal de komende jaren zo blijven. Ook hier moeten grote en kleinere lidstaten samen optrekken, in het belang van een veilig Europa.’ 

Meld u aan voor updates

Selecteer hieronder de onderwerpen die u wilt volgen. U ontvangt een e-mail wanneer er nieuwe nieuwsberichten, publicaties of andere relevante informatie over deze thema's op onze website verschijnt.

Thema's