‘Vanuit de ruimte kun je goed zien hoe luchthaven Schiphol verandert’
Hoe bewegen vliegtuigen op de luchthaven Schiphol zo veilig en efficiënt mogelijk tussen de gate en de startbaan? Dat is de centrale vraag in het werk van Marc Toole, procedureontwerper bij Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). ‘Schiphol is een complexe luchthaven die continu verandert. Satellietdata geeft mij overzicht en de actuele stand van zaken.’
Als we vanuit de ruimte met satellieten inzoomen op Schiphol, wat zien we dan?
‘Een unieke en complexe luchthaven door zijn historie, filosofie en groei door de jaren heen. Op een relatief klein oppervlak faciliteren we tot wel 1.600 vliegbewegingen per dag. Dat kan alleen door heel slim om te gaan met de ruimte die er is. Op Schiphol zie je geen rechttoe-rechtaan pieren met heel veel bewegingsruimte eromheen. Vliegtuigen leggen bijzondere routes af naar de startbaan. Om dat in goede banen te leiden heeft Schiphol naast luchtverkeersleiders ook grondverkeersleiders. Daar werk ik mee samen.’

Wat doet een procedureontwerper precies?
‘Mijn werk is heel breed. Het begint meestal met een vraag of een probleem in het gebied tussen de gate en de startbaan. Er is bijvoorbeeld een voorval geweest, omdat een vliegtuig afweek van de voorgeschreven route. Of Schiphol wil in dezelfde ruimte méér vliegtuigbewegingen mogelijk maken. Als de uitdaging duidelijk is, komt hij bij mij terecht met de vraag: hoe kunnen we deze situatie verbeteren.’
Vroeger gebruikten we tweejaarlijkse “basiskaarten” om de infrastructuur te verbeteren en procedures te maken. Soms moesten we die kaarten met een post-it of pen aanpassen naar de actuele situatie. Nu gebruik ik de viewer van het Satellietdataportaal. Daarin kan ik met een paar muisklikken de actuele stand van zaken opzoeken
In welke uitdaging zette u recent nog uw tanden?
‘Schiphol ontwikkelt nieuwe pieren. Daar staan vliegtuigen geparkeerd, totdat ze naar de startbaan gaan. De ruimte rondom die pieren is vaak krap. Als je bijvoorbeeld een vliegtuig van gate D48 naar achteren wilt duwen, kun je niet óók een vliegtuig inparkeren bij de tegenoverliggende gates D23 en D25. Ik ontwikkelde procedures om het gebruik van deze gates zo efficiënt mogelijk te maken.’
Hoe helpen satellietdata bij de ontwikkeling van deze procedures?
‘Schiphol verandert continu. Vroeger gebruikten we tweejaarlijkse “basiskaarten” om de infrastructuur te verbeteren en procedures te maken. Soms moesten we die kaarten met een post-it of pen aanpassen naar de actuele situatie. Nu gebruik ik de viewer van het Satellietdataportaal. Daarin kan ik met een paar muisklikken de actuele stand van zaken opzoeken. Soms is het nuttig om óók te analyseren welke aanpassingen we in het verleden al aan de infrastructuur hebben gedaan. Dan kijk ik met de tijdlijn terug in historische satellietdata. Het is ontzettend simpel, het enige dat je zelf moet doen is zoeken naar wolkenvrije beelden.’
Voor u geen ingewikkelde GIS-programma’s, rekentools of machine learning?
‘Nee, ik gebruik eigenlijk alleen de basale functies van het Satellietdataportaal. Eentje is ontzettend handig: de afstandmeter. Op dit moment werk ik aan nieuwe procedures zodat medewerkers die werken op het platform bij de gates minder in aanraking komen met ultrafijnstof. Met de afstandmeter kan ik zien hoeveel ruimte tussen de vliegtuigen moet zitten, wanneer de vliegers hun motoren starten.’
Wanneer gebruikte u voor het laatst satellietdata in uw werk?
‘Gisteren nog, tijdens een vergadering over een nieuwe opstelplek voor vliegtuigen. Met een plaatje erbij praat het een stuk makkelijker, want iedereen ziet in één oogopslag wat de actuele situatie is. Daarna komt een gesprek op gang over waar we naartoe willen met de nieuwe infrastructuur en procedures. Zo maken we Schiphol steeds veiliger, efficiënter én duurzamer.’
